Main

 
ZOEK VOOR WAARHEID

ZOEK VOOR WAARHEID (de geschiedenis van DE GEMEENTEN GODS - met uitbreiding naar Antwerpen)

Een feitelijke opsomming van hun begin, ontwikkeling, geloofsbelijdenis en -beoefening.


Achtergrond

bible

Deze gemeenten werden heropgericht in de periode 1892-4. Zij worden in alle officiele documenten aangeduid als 'de Gemeenten Gods in de Gemeenschap van de Zoon van God, de Heer Jezus Christus', op basis van 1 Corinthiers 1:9 (zie Statenvertaling). Dit scheidt hen af van alle andere vergaderingen van christenen, die eveneens de benaming 'de Gemeenten Gods' hebben aangenomen.

Het merendeel van degenen die de oorsprongelijke bijbelse gemeenten herstelden, waren voorheen verbonden met groepen gelovigen, die algemeen bekend staan als de 'Open Broeders'. Zij onderwerpen zich nog in het algemeen aan de basisleerstellingen waarop, van ongeveer 1827 af, de latere beweging zich steunde. Gedurende deze periode (1827-1892) gaf de Heer goedgunstig een toenemend licht op de Nieuwe Testamentarische voorbeelden van gemeenteopbouw en in het bijzonder, op zulke onderwerpen als 'het huis Gods' en 'het Koninkrijk Gods'. Er was echter ook dat wat sommigen beschouwden als een teruggang in het toelaten van ongedoopte gelovigen tot het Breken van het Brood, en een verzwakking in de afscheiding van de gevestigde gemeenten waarvan de eertijdse broeders voor het merendeel van afstamden.

In 1888 begon het tijdschrift 'Needed Truth' (Nodige Waarheid) te verschijnen. Het doel was de schriftelijke waarheden van het huis en Koninkrijk Gods uiteen te zetten; de Nieuw Testamentarische eenheid van de gemeenten Gods in een Gemeenschap te benadrukken; en het uiteenzetten van de onnauwkeurige praktijken dewelke zich aan het ontwikkelen waren in de broederbeweging.

Het werd in toenemende mate duidelijk dat dit begrip niet aanvaardbaar was voor een groot aantal van de Open Broederbeweging. Het werd duidelijk dat er geen algemene betuiging kon zijn in de Broedergemeenschap, van dat waar een minderheid van hen stevig aan vasthield, dat het de leer van de Heer was dat alleen alle bijbelse vergaderingen van gehoorzame gelovigen het huis Gods vormden (gebouwd op het fundament van 'het onderwijs der apostelen' (Hand.2:42).

In de jaren 1892-94, na een ernstig onderzoeken van het hart, scheidde een aantal gelovigen zich af van hun vorige omgang en kwamen samen als de gemeenten Gods, in overeenstemming met dat wat zij zagen als het apostolische voorbeeld.








Ontwikkeling

bible

Ten gevolge van de emigratie uit het Verenigd Koninkrijk in de eerste jaren van deze eeuw, en in gemeenschap met de bestaande gemeenten, werden er gemeenten Gods opgericht in Canada, U.S.A., Australie en Nieuw Zeeland.

In 1920 ging de eerste zendelingengroep naar Nigerie, waar een vruchtvol werk zich had ontwikkeld, met gemeenten in verschillende plaatsen.

In 1947 ging een groep werken in Birma, op aanvraag van Birmese christenen die de geestelijke leer bestudeerd hadden over de Nieuw Testamentarische gemeenten gedurende de isolatie tijdens de oorlogsjaren.

In 1958 trokken zendelingen van het Birmese missieveld naar Indie waar in samenwerking met inheemse hulp, het evangelie velen bereikte en er een getuigenis werd opgebouwd.

Tijdens de 1990s werd evangeliesakties in Belgie uitgevoerd. Vanaf 6 juli 1997 bestaat er nu een Gemeente Gods te Antwerpen.

Voor verdere inlichtingen (Vlaams/Nederlands of Engels)

Het doel is altijd het stichten van gemeenten naar het voorbeeld uit het Nieuwe Testament en het opleiden van inheemse broeders in de zorg voor de discipelen.


Hun verstaan van de Schriften

bible

Engelse versie (met verdere inlichtingen) ook beschikbaar

1. De goddelijke inspiratie van de Schrift (2 Tim 3:16; 2 Pet.1:20,21)

2. De Drieeenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest: eeuwig een God (Deut.6:4; 2 Kor.13:14; Heb.9:14)

3. Het oppergezag van God (Rom.9:10-29)

4. De volledige verdorvenheid van de mens (Rom.3:23; 5:6-11)

5. De maagdelijke geboorte, de vleeswording, het volmaakte leven en de verzoenende dood van de Zoon van God (Mat.:1:23; Luk.1:26-38; Hand.10:38,39; Rom.4:25)

6. De opstanding en hemelvaart van de Zoon, en de komst van de Heilige Geest om de wereld te veroordelen van de zonde en in de gelovige te verblijven (Joh.20; Hand.1:1-11; Joh.16:10-15)

7. De onderrichten van de apostelen, nauwkeurig door de Heer gegeven en nauwlettend bewaard in de Nieuw Testamentarische Geschriften, bestemd als het toonbeeld of patroon voor de Christelijke getuigenis tot het einde van de tegenwoordige tijd (Heb.2:3; Hand.2:24; Rom.6:17; Judas 3)

8. Bij de wedergeboorte, door de persoonlijke aanvaarding van Christus als Heiland en Heer, wordt iemand een kind van God, en een lid van de 'Gemeente, welke Zijn Lichaam is'. Kinderdoopsel of besprenkeling is onbijbels (Joh.1:12; 3:3; 1 Cor.12:12,13; Gal.3:26,28)

9. Volgend op het aannemen van Christus, is het gebod van de Heer dat een discipel zou gedoopt worden door onderdompeling en zou toe treden tot een gemeente Gods (Mat.28:18-20; Hand.2:41,42; 10:47,48)

10. De bijbelse termen 'de Gemeente, het Lichaam' en 'de Gemeente Gods' zijn niet synoniem, want zij beschrijven niet dezelfde groep mensen. Alle gelovigen, van Pinksteren af tot de wederkomst van de Heer, zijn leden van de Gemeente het Lichaam en kunnen nimmer hieruit verwijderd worden. Een gemeente Gods is een eenheid van getuigenis in een stad of dorp (zonder belang op hoeveel plaatsen zij samenkomen) en is uitsluitend samengesteld uit discipelen welke gedoopt en samengevoegd werden in overeenstemming met het voorbeeld uit het Nieuwe Testament, in gemeenschap met de gemeenten Gods over de hele wereld. Iedereen die de gemeenschap zoekt en reeds gedoopt is als een gelovige in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest zal niet herdoopt worden. Van deze gemeenten Gods kunnen de heiligen, die afwijken van de leer geexcommuniceerd worden of ze verlaten, aldus hun plaats verliezend in de plaatselijke gemeente Gods, maar ze behouden hun lidmaatschap van de Gemeente, het Lichaam. (Efez.5:25-27; Hand.8:1; 9:31; 11:27-30; 15; 1Cor.1:9; 16:19; Gal.1:2; 1 Cor. 5:5)

11. Noch is 'de Gemeente, het Lichaam' synoniem aan het huis of de tempel van God. In het Nieuwe Testament zijn het de gemeenten Gods, samengevoegd in een kerkgemeenschap van vergaderingen, welke samen het huis en de tempel omvatten. Het bestaan van het huis Gods wordt in het NT als afhankelijk aan de gehoorzaamheid voorgesteld. Juist zoals een gemeente Gods kan ophouden te bestaan, zo kan dit ook met het huis van God gebeuren. (Efez.2:20-22; 1 Pet.2:4-10; Heb.3:6; Openb.2:5)

12. Het breken van het Brood wordt gehouden op de morgen van de dag des Heren (zondag). Bij het begin van de gemeentedienst gaat een broeder naar de tafel, eerst voor het brood en dan voor de wijn, dankt, breekt het brood en schenkt de wijn uit en geeft het door aan allen om deel te nemen. Aanbidding en lofprijzing volgt. Dit wordt aangeboden door de Geest van God; door de grote Hoge Priester over Gods Huis, en in de hemelse gewesten. Allen worden aangemoedigd het Amen te zeggen, maar buiten dit en het gezang, nemen de zusters niet hoorbaar deel aan de dienst. Nadat de aanbidding over is kan een broeder het Woord verkondigen. Deze die niet in de gemeenschap zijn, zitten achteraan en nemen geen deel aan het brood en de wijn. (Hand.20:7; 1 Cor.11:20-29; Heb.10:19-22; Filipp.3:3; 1 Cor.14:34) (Andere aktiviteiten omvatten bijeenkomsten voor gebed, evangeliebediening en Bijbel bestudering. Geen instrumentale muziek wordt er gebruikt voor de bijeenkomsten van de gemeente.)

13. In iedere gemeente zijn er ten minste twee opzieners of oudsten, en wanneer mogelijk, ook diakenen (Hand.14:23; Titus 1:5; Filipp.1:1)

14. De gemeenten zijn gegroepeerd in erkende gebieden, overeenkomstig met het principe van de groepering van de Nieuw Testamentarische gemeenten in de Romeinse Provincies. De opzieners van elk gebied (gewoonlijk Distrikten genoemd) komen regelmatig samen voor beraadslaging, op het principe dat plaatseljike opzieners de zaken behandelen van hun eigen gemeente en de Distriktsopzieners de zaken die het Distrikt betreffen. Elk probleem dat de kapaciteit van de plaatselijke opzieners te boven gaat, of elke falling van hunentwege in beoordeling genomen, gaat naar de Distriktopzieners voor raadpleging en hulp. Opzieners van alle gemeenten over de hele wereld ontmoeten elkaar met regelmatige tussenpozen. Hierdoor wordt de eenheid van onderricht en uitvoering door alle gemeenten gehandhaafd (Hand.9:13; 2 Cor.8:1,19-23; Gal.1:2; 1 Pet.1:1; 5:1-4; Open.1:11; 1 Kor.5:3-5; 4:17).

15. Er is geen stelsel van geestelijkheid en leken. Allen worden aangemoedigd in de beoefening van hun giften. Miraculeuze gaven zoals het spreken in tongen worden niet beoefend. Bij voorbeeld, er is onderscheid gemaakt tussen de gave van genezing in de eerste gemeenten en de genezing in antwoord op gebed tegenwoordig (1 Cor.12:4-11; 14:40; Efez.4:11-16; 1 Pet.4:10; Heb.2:2,3).

16. De gemeenten nemen aldus hun standpunt in getuigenis van hun begrip van de gehele raad van God. Als gevolg hieraan, alhoewel zij al Zijn kinderen liefhebben, handhaven zij een afgescheiden positie in goddelijke dienst. Voor hun eigen volk benadrukken zij onderwerping aan hoge maatstaven van moraliteit, tegenstrijdig aan de wereldse tendens, en beklemtonen in het algemeen de behoefte aan leven en gedragen zich waardig tot hun hoge roeping (Hand.20:27; 2 Tim.2:21; Titus 3:10; 1 Cor.9:25-27).

17. Zij hebben een duidelijk omlijnd inzicht op de profetie. Ze leren de opneming van de Gemeente (het Lichaam) voor de Grote Verdrukking, gevolgd door Daniels 70ste week van 7 jaar waarin de antichrist Satans macht zal hanteren, culminerend in de wederkomst van de Heer Jezus naar de aarde voor het oordeel, om dan binnen te treden in Zijn 1000-jarige heerschappij.

Uw reactie a.u.b.

De Gemeenten Gods hebben een Engels TWR radio programma iedere zaterdagmorgen: 0815u (UT), kort golf 9.870 MHz (31 meter)

Heeft u zin in een inleidende Bijbel korrespondentie kursus?